Historie Effatha in de eerste tientallen jaren

 

lezing van Henk Betten tijdens Bondsdag te Dordrecht op 13 mei 2006.

 

17 oktober 1888: oprichtingsdatum van EFFATHA

 

Twee jaar van te voren vroeg professor L. Lindeboom zich af of er toch niet een doveninstituut op christelijke grondslag van de grond kon worden opgezet. Zelf was hij stichter van Vereniging tot christelijke verpleging van krankzinnige mensen. Lindeboom organiseerde een Centrale Pastorale Conferentie en raakte aan de praat met enkele mensen. Een jaar later verwachtte Lindeboom dat de Kerk een initiatief zou nemen. Maar dat gebeurde niet en hij nam de koe bij de horens. Er was snel een commissie van uitvoering gevormd en Ds. H. Beuker, Ds. J. Vonk en Lindeboom maakten samen een conceptvoorstel voor doel en grondslag.

Jelly Verwaal schreef in EFFATHA 100 JAAR: "Op de voor ons instituut zo belangrijke datum 17 oktober 1888 zijn er 40 mannenbroeders bijeen te Utrecht en wordt de nieuwe vereniging geboren die (naar Marcus 7: 34) de naam "EFFATHA" ontvangt. Als grondslag kiest men: "De Heilige Schrift naar de opvatting der Gereformeerde Belijdenisschriften"

 

Maar hoe nu te beginnen? Er waren nog geen dove kinderen, er was geen schoolgebouw, geen onderwijzer en geen geld!

 

Voorzitter Ds. Beuker van de nieuwe vereniging reist op een dag met een tram van Zwolle naar Dedemsvaart en ontmoette daar een schoolhoofd, dat Oranje heette. Oranje toonde veel interesse en hij werd met algemene stemmen gekozen tot directeur van Effatha! Omdat er nog geen faciliteiten voor Effatha voorhanden was, nam Oranje de gelegenheid te baat om diverse doveninstituten te bezoeken. Het bestuur van Effatha zat niet stil en zocht naar een gebouw. Men zocht het in Enkhuizen, Harderwijk en tenslotte Leiden. Het werd het herenhuis met tien kamers aan de Langebrug 87 in Leiden. De aankoopsom bedroeg 8000 gulden.

 

Op 6 augustus 1891 ving het onderwijs eindelijk aan. De namen van vier allereerste jongens en meisje waren:

Teunis de Ruiter, geboren te Scheveningen op 1 januari 1885;

Gerrit de Buck, geboren te Goes op 25 juli 1883;

Cornelis H. Ketting, geboren te Den Haag op 27 februari 1885;

Johanna G. Bilderbeek, geboren te Warnsveld op 10 maart 1885.

 

De heer L.C. Oranje had een dubbele functie: directeur en pleegvader en zijn vrouw hielp hem als pleegmoeder.

In 1893 kwam er Kroese, een tweede onderwijzer bij. Een jaar later begon men met het lesgeven aan oudste leerlingen aan de hand van bijbelse platen.

Er is een leuk verhaaltje over een dove jongen, die echt goed kon nadenken: volgens hem kreeg Adam een te zware straf van God, want hij had alleen maar één appel van Eva gekregen. Het was volgens de jongen wel te begrijpen als Adam een mand vol appels probeerde te stelen…

 

Effatha overwoog ook blinde leerlingen toe te laten, maar na besprekingen tijdens enkele jaarvergaderingen viel het besluit, dat men vanwege hoge kosten beter niet zou kunnen doen. In 1899 groeide het aantal leerlingen snel, wel twintig, zodat men naar een ander gebouw moest omzien. Het werd een voormalig weeshuis aan de Wolwevershaven te Dordrecht; de aankoop ervan leverde eerst protesten bij het bestuur, maar ging gewoon door. Na de opening van de school kregen het personeel en de leerlingen een rijtoer door Dordrecht en omgeving aangeboden.

Ze werden vervoerd met drie met paarden bespannen rijtuigen.

 

Het instituut bleef daar niet lang en het bestuur kreeg in 1901 of 1902 een bericht dat mejuffrouw Th.C.W. Pijzel het huis "Henegouwen" aan Effatha schonk. Natuurlijk ging Effatha daarheen verhuizen met 30 leerlingen. Tussen 1902 en 1926 was de school dus gevestigd in het huis "Henegouwen" aan de Gravenstraat, hoek Wijnstraat te Dordrecht. Dit oude huis is ooit bewoond door de graven van Henegouwen. Effatha groeide hier van 30 naar 70 leerlingen.

 

Er is een interview met hoogbejaarde oud-leerlingen in 1986 en 1987 gemaakt:

Cornelis Schop, uit Rijsoord, geboren in 1890, op Effatha gekomen in 1896, en in juni of juli 1986 overleden, had Effatha op drie plaatsen meegemaakt: Leiden, dan Dordrecht en in een ander pand te Dordrecht. Hij had een dove broer en dove zus. Hij moest kleermaker worden, maar voelde er niets voor, want hij werkte veel liever buiten, dus bij de boer. Hij was ook lid van de NCBD geweest.

Over de eerste directeur Oranje had hij iets verteld: In september 1906 ging Oranje op de fiets naar Rijsoord om voor Effatha te regelen. Op dit moment was hij zwaar verkouden. Hij kwam dan ziek thuis en kreeg longontsteking en…stierf.

Een andere hoogbejaarde oud-leerlinge, Arisje van Wikselaar uit Barneveld, later te Kootwijkerbroek, geboren in 1894, vertelde dat zij nog twee dove zusjes en twee broers, die ook doof waren. Zij kwamen van een gezin met 11 kinderen. Zij wist zich te herinneren dat het maken van gebaren steng verboden was. Zij was verbaasd dat er nu op Effatha toegestaan is om te doen. Arisje vereerde met haar familie de heer Oranje met de woorden: "Meester of Mijnheer Oranje een goede man, ik Meester, Mijnheer Oranje lief heb"

 

Directeuren van Effatha waren:

L.C. Oranje 1891 – 1906;

A. Kes 1907 – 1916;

A.A. van Holten 1916 – 1942;

C. Timmer 1942 – 1957;

J.L. van der Have 1957 – 1981;

K. Koenen 1981 - 1990

G. Schaart 1990 - 2002

 

Sinds 2001 hoort Effatha bij de Koninklijke EffathaGuyot Groep na de fusie.